(This blogpost is in Dutch)
Frank Boons en Nicole Rijkens van het Maastricht Sustainability Institute reflecteren op de strategische dialoog dat onderdeel was van het ochtendprogramma. Ze ontwikkelden een methode om samen met deelnemers het circulaire potentieel van Limburg te onderzoeken. In onderstaande reflectie delen ze hun opgehaalde inzichten:
“Limburg stromenland”. De metafoor van de dag.
Er stromen heel wat uiteenlopende materialen, water, energie en voedsel door Limburg heen.
Ondanks dat er nog geen totaalbeeld is van de precieze omvang van al deze stromen, stonden de ‘Captains’ toch stil bij de vraag “waar schuilt het circulair potentieel van Limburg nu en straks?”
Heel wat functies (wonen, bouwen, voeden, verplaatsen, verzorgen, etc.) zijn daarbij onder de loep genomen. De functies productie en bouw resoneerden vooral bij de aanwezigen in termen van potentieel. Maar wat te doen met al die andere functies die toch ook een groot beroep doen op voorraden?

De uitdaging om op de schaal van Limburg kringlopen te vernauwen, vertragen en sluiten riep heel wat strategische vragen op, zoals:
- Ten aanzien van welke stromen wil en kan Limburg zelfvoorzienend worden?
- Hoe voorkomen we dat de circulaire aanpak van de ene functie de mogelijkheden voor een andere functie confisqueert?
- Welke systeemafbakeningen zijn voor welke functie gerelateerde stromen relevant en wat betekenen deze voor reeds bestaande administratieve Euregionale grenzen?
- Hoe bouw je, zeker als grensregio, in de weg zittend beleid af of hoe vervang je het? Wat kunnen we op eigen kracht doen?
- Hoe minimaliseer je negatieve duurzaamheidsafwentelingen? Ook circulaire economische activiteiten kunnen leiden tot schadelijke emissies, energiegebruik, hinder, etc.

Perspectieven op waarmee te beginnen of te continueren, waar liggen de kansen, met wie en hoe meer circulair te leven en ondernemen in Limburg, liepen uiteen tijdens de strategische dialoog.
Het is dan ook belangrijk om deze strategische dialoog met elkaar voort te zetten en verder te onderbouwen.
De Universiteit Maastricht draagt daaraan graag haar steentje bij.”
