***This article is in Dutch***
Om industriële productie in Europa te houden, hebben we een Industrial Deal nodig naast de Green Deal”, zei de Belgische premier Alexander de Croo bij de opening van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie (EU). Hij doelde op een Europees antwoord op Amerikaanse subsidies, Chinese staatsinmenging en Russische agressie. Banen en concurrentiekracht staan uitdrukkelijk weer op de agenda van de EU. Meer dan 600 bedrijven hebben inmiddels de zogeheten Antwerpen-verklaring ondertekend en bepleiten een Industrial Deal het centrale thema van de volgende Europese Commissie te laten zijn. En daar gaan de komende Europese verkiezingen óók over.
Mooie ambities
De Antwerpen-verklaring past in een lange traditie van prachtige vergezichten. Al in de Lissabon-strategie van 2000 was het streven om van Europa het meest innovatieve en concurrerende continent ter wereld te maken. Daar is inmiddels ongeveer een vijfde van de EU meerjarenbegroting voor gereserveerd, en aan ronkende speeches en prachtige vergezichten is nooit gebrek geweest. Maar al die mooie ambities zijn nooit waargemaakt. Tussen ambitie en uitvoering gaapt nog steeds een kloof door het domweg niet goed nadenken over de uitvoering.
Mariana Mazzucato
Maar nu is er een rijzende ster onder de economen die verlossing brengt: Mariana Mazzucato. Zij vertelt beleidsmakers hoe het moet. En ze luisteren graag naar haar. Want ze vertelt ze dat het hun rol is om missies te formuleren voor het bedrijfsleven. En dat bedrijven vervolgens komen met innovaties en nieuwe banen, terwijl ze tegelijk bijdragen aan de concurrentiekracht van Europa én het oplossen van hardnekkige sociale problemen. Dat heet missiegedreven innovatie- of industriebeleid.
Missie
Kijk voor een voorbeeld eens in de plannen van de provincie Limburg. Ook daar is het woord ‘missie’ niet te missen. In het ‘missiegedreven economisch beleidskader’ komt het woord maar liefst 230 keer voor. Van Brussel tot Den Haag tot Maastricht, iedereen is in de ban van Mazzucato. De missies voor Limburg (een groene, digitale en gezonde provincie) vallen – vast helemaal toevallig – precies samen met de bestaande clusters en bijbehorende Brightlands campussen in Limburg. En dat is in Nederland en Europa niet anders.
Uitvoering
Mazzucato vergeet echter, net als velen voor haar, dat innovatie niet hetzelfde is als nieuwe ideeën bedenken. Er hoort nog een traject bij: dat van de uitvoering. En laat dat nu zijn waar Europa, zeker in vergelijking met haar wereldwijde concurrenten, tekortschiet. Dat heette in de vakliteratuur zelfs een tijdje ‘de Europese Paradox’ en houdt in dat Europa vooral beroerd presteert als het gaat om de toepassing en het commercieel uitbaten van nieuwe kennis.
Ondernemende samenleving
Wat voor dat laatste nodig is, is een ondernemende samenleving. En dan bedoel ik niet een samenleving van schijnzelfstandigen en kruideniers, maar een samenleving waarin uitdagers nieuwe ideeën ook kunnen uitvoeren en daarmee groot kunnen worden. Dat spreekt in Europa niet vanzelf. Onze financiële markten, onze arbeidsmarkt, ons patentrecht, ons aanbestedingsrecht en ons mededingingsbeleid, om er maar eens een paar te noemen, zijn niet ingericht op uitdagers of werken hen juist tegen.
Subsidies
Hervormingen om dat te doorbreken zijn lastig en weinig populair. Beleidsmakers, in Limburg en Europa, houden de bestaande bedrijven liever te vriend. En als ze met missiegedreven industriepolitiek dan ook nog subsidies mogen uitdelen en mogen wegdromen bij ronkende missies, is dat voor politici onweerstaanbaar.
Dat ruim 600 gevestigde bedrijven de Antwerpen-verklaring gretig ondertekenen zou beleidsmakers te denken moeten geven. Zorg eerst voor onze echte ondernemers! Verbeter hun toegang tot de arbeid, het kapitaal en de kennis waar ze nu met het bestaande bedrijfsleven op een ongelijk speelveld om moeten concurreren. Als de missiegedreven industriepolitiek van Mazzucato de positie van onze gevestigde bedrijven versterkt, bewijzen we de echte ondernemers geen dienst.
Dit artikel verscheen eerder in De Limburger. Mark Sanders is hoogleraar internationale economie aan de UM. Deze opiniebijdrage maakt deel uit van een reeks artikelen die voortkomt uit een samenwerking van De Limburger met Studio Europa Maastricht.
