***This article is in Dutch***
Buitenlands beleid speelt meestal nauwelijks een rol in nationale verkiezingen, laat staan in de verkiezingen voor het Europees Parlement, waar kiezers vaak hun stem gebruiken om de nationale regering te steunen of af te straffen. De EU is vooral een handelsmacht, en heeft op het gebied van veiligheid nog relatief weinig in de melk te brokkelen omdat de collectieve veiligheid van de meeste lidstaten wordt gegarandeerd door de NAVO.
Toch gaan er steeds meer stemmen op voor een sterker Europees buitenlands beleid. Dit heeft alles te maken met de snel veranderende wereld waarin het nieuwe Parlement straks zal opereren. De naoorlogse westerse wereldorde met haar nadruk op mensenrechten, respect voor de rechtsstaat, en vrije handel wordt op de proef gesteld door nieuwe opkomende machten zoals China en andere landen uit het mondiale Zuiden. Er woedt een oorlog aan de buitengrenzen van de Europese Unie, het Midden-Oosten staat in brand, en de spanningen met een protectionistisch China lopen hoog op.
Trump
Het ter discussie stellen van het Atlantisch bondgenootschap door presidentskandidaat Trump en het dalend enthousiasme van het Amerikaans congres om broodnodige wapens te leveren aan Oekraïne verhogen de druk op de EU om de toekomstige organisatie van haar collectieve veiligheid grondig te herdenken. Hierbij gaat het niet alleen om militaire veiligheid maar ook om economische en digitale veiligheid. Gelukkig zijn er onder impuls van Ursula von der Leyens ‘geopolitieke’ Commissie een aantal belangrijke stappen gezet op het gebied van economische veiligheid. Samen met de lidstaten en het Europees Parlement is vorm gegeven aan een meer strategisch handel- en industriebeleid. Hierbij wordt niet alleen ingezet op het beter beschermen van de aanvoer van strategische producten zoals geneesmiddelen maar ook op het ontwikkelen van nieuwe handelsinstrumenten die de EU moeten toelaten beter terug te slaan bij oneerlijke concurrentie.
Uitdagingen
Maar de grootste uitdagingen liggen vooral op het gebied van militaire veiligheid en defensie. Als de EU klaar wil zijn voor de dreigingen aan haar oostgrens en haar lot niet wil laten afhangen van wat er in Washington wordt beslist, dan is het zeer af te raden om al onze ‘veiligheids-eieren’ in de NAVO-mand te blijven leggen. Een grotere strategische autonomie van de EU vergt meer investeringen in de Europese militaire capaciteiten. Omdat dit soort beslissingen genomen wordt binnen het Europese industriebeleid heeft ook hier het Europees Parlement als medewetgever een belangrijke stem.
Bij het doornemen van de verkiezingsprogramma’s wordt snel duidelijk dat partijen in het politieke centrum een grotere internationale weerbaarheid vooral willen realiseren door samenwerking op het gebied van defensie en een grotere zelfstandigheid ten aanzien van andere geopolitieke spelers.
Soevereiniteit
Radicaal rechtse partijen daarentegen benadrukken met name het belang van de nationale soevereiniteit, en binnen de ID-fractie waar ook de PVV toe behoort wordt niet geaarzeld om resoluties aan te nemen ter ondersteuning van Rusland of China. Kortom: in de komende legislatuur staat de EU niet alleen belangrijke interne uitdagingen te wachten. Ook op het gebied van de internationale rol van de EU moeten moeilijke knopen worden doorgehakt. Het is daarom van groot belang om in het stemhokje niet alleen na te denken over belangrijke kwesties zoals klimaatverandering, de toekomst van onze democratie en migratie maar ook mee te nemen hoe de verschillende partijen richting willen geven aan de verdere ontwikkeling van de rol en positie van de EU in de opkomende wereldorde. Meer Nederlandse soevereiniteit is hierbij niet de oplossing!
Dit artikel verscheen eerder in De Limburger. Sophie Vanhoonacker is hoogleraar administrative governance aan de Universiteit Maastricht. Dit artikel is het laatste van een reeks die voortkomt uit een samenwerking van De Limburger met Studio Europa Maastricht over de Europese verkiezingen.
