Met de naderende herdenking van de Russische invasie in Oekraïne, blijven Europese leiders worstelen om overeenstemming te vinden over veiligheids- en defensiestrategieën. Maandag 17 februari geeft minister van Defensie Ruben Brekelmans een Europatoespraak waarin hij het Nederlandse defensiebeleid in NAVO- en EU-verband bespreekt.
Voorafgaand aan de toespraak sprak Studio Europa met Yf Reykers, universitair docent internationale betrekkingen aan de Universiteit Maastricht, over de prioriteiten van de EU op het gebied van veiligheid, de rol van de nieuwe Eurocommissaris voor defensie en de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en de NAVO.
Verschuivende prioriteiten
Volgens Reykers ligt de defensieprioriteit in Nederland sinds het aantreden van de nieuwe regering steeds meer op maatschappelijke veerkracht.
“Er is een groeiende focus richting maatschappelijke veerkracht die al onderdeel was van het oorspronkelijke regeerakkoord en sterk wordt benadrukt door de minister van Defensie. Daarnaast is er een toenemende nadruk op de ontwikkeling van de defensie-industrie. Een trend die zichtbaar is in heel Europa. De veranderingen die we in Nederland zien, weerspiegelen een bredere tendens binnen de nieuwe Europese Commissie: een impuls voor de ontwikkeling van de defensie-industrie, het voortzetten van de steun aan Oekraïne en meer aandacht voor het versteken van maatschappelijke veerkracht. Dat gezegd hebbende, is er controverse geweest tussen de ambtenaren van ministerie van Buitenlandse Zaken en minister Brekelmans over het al dan niet starten van vredesonderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland.”

Versterken van EU-NAVO betrekkingen
Nu Donald Trump de NAVO-landen opnieuw onder druk zet om hun defensie-uitgaven te verhogen en NAVO secretaris-generaal Mark Rutte deze druk steunt, moeten de Europese landen belangrijke stappen zetten, aldus Reykers:
“Rutte wordt wel de ‘Trump-fluisteraar’ genoemd, wat wel eens nuttig zou kunnen zijn. Trump heeft zich altijd uitgesproken voor het verhogen van de defensie-uitgaven van NAVO-bondgenoten, en in principe heeft hij geen ongelijk. De doelstelling van 5% van het bbp die hij voorstelt, is echter onrealistisch. De Verenigde Staten zelf besteden iets meer dan 3% van hun BBP aan defensie. Waarschijnlijk is dit een bewuste onderhandelingstactiek: als hij vijf procent eist en de leden van de NAVO het tijdens de NAVO-top in juni in Den Haag eens worden over een doelstelling van 3 tot 3,5%, zal dat nog steeds als een overwinning worden gezien. Rutte heeft een stijging van 3 tot 3,5% ook genoemd, waardoor het een realistische verwachting is.
Die stijging zal de meeste EU-lidstaten voor een grote uitdaging stellen. Polen besteedt momenteel 4% van het bbp aan defensie, maar dat is een uitzondering. Veel landen, waaronder België (1,3 procent), Italië (1,5%) en Spanje (1,5%), hebben nog steeds moeite om de doelstelling van 2% te halen. In 2014 is afgesproken dat de leden die voor 2024 zouden halen. Deze lidstaten zullen enorme moeite hebben om extra middelen te vinden.”
En dit is waar de EU kan ingrijpen, denkt Reykers:
“De EU zal zich waarschijnlijk richten op gezamenlijke projecten, gezamenlijke aanbestedingen en het versterken van de Europese defensie-industrie. Daarbij moet ze ook nieuwe financieringsmechanismen onderzoeken. Er is gesproken over de uitgifte van euro-obligaties voor defensie, vergelijkbaar met het coronaherstelfonds. Hoewel de lidstaten het eerder afwezen, moet dit idee misschien opnieuw in overweging worden genomen als de uitgavendoelstellingen stijgen tot 3-3,5% van het bbp.
“Hoewel de lidstaten euro-obligaties afwezen, moet dit idee misschien opnieuw in overweging worden genomen als de uitgavendoelstellingen stijgen tot 3-3,5% van het bbp.”
Tussen 2021 en 2024 hebben de EU-lidstaten hun defensie-uitgaven collectief met meer dan 30% verhoogd, maar gemiddeld besteden ze nog steeds slechts tussen de 1,9 en 2% van het BBP aan defensie. Als het doel naar 3% gaat, zal er aanzienlijk meer geld nodig zijn. Uiteindelijk zal dit geld worden betaald via nieuwe belastingen of door bezuinigingen, wat in de meeste Europese landen zou betekenen dat de sociale uitgaven moeten worden verlaagd. Dit leidt tot het klassieke ‘wapen of boter-debat’ waarin wordt bediscussieerd of we geld moet worden uitgetrokken voor militaire defensie of voor sociale uitgaven. Hoewel dit een foute tweedeling is, blijft het een belangrijke politieke uitdaging.”

De prijs van veiligheid
De opkomst van rechts-radicale partijen in Europa maakt het defensievraagstuk nog complexer, vooral met de aanstaande Duitse en Franse verkiezingen. Veel van deze partijen zijn tegen verhoogde NAVO-financiering en voortzetting van de hulp aan Oekraïne.
“Dit is een grote zorg omdat twee van de meest invloedrijke landen van Europa te maken hebben met binnenlandse politieke verschuivingen, waardoor het moeilijk is om van hen sterk leiderschap te verwachten. Maar de gevolgen van een Oekraïense nederlaag, zoals grotere migratiestromingen en economische instabiliteit, zouden ook deze rechtse partijen voor grote uitdagingen kunnen stellen. Uiteindelijk zullen zelfs degenen die sceptisch staan tegenover defensie-uitgaven de lange termijnkosten van een Russische overwinning gaan inzien. Hier hebben we al voorbeelden van gezien. Neem Hongarije. Ondanks de aanvankelijke weerstand tegen de EU-sancties tegen Rusland, liet het land uiteindelijk zijn veto vallen in ruil voor concessies op het gebied van energiezekerheid.”
“Uiteindelijk zullen zelfs degenen die sceptisch staan tegenover defensie-uitgaven de lange termijnkosten van een Russische overwinning gaan inzien.”
Naast institutionele coördinatie zou Brussel ook moeten werken aan publieke bewustwording over de hoge kosten van veiligheid en defensie, concludeert Reykers:
“De EU moet meer doen om de noodzaak van de defensie-investering uit te leggen aan het grote publiek. De Europese veiligheid is te lang als vanzelfsprekend beschouwd. Europa blijft een vredesproject, maar voor vrede is een geloofwaardige defensiestrategie nodig. Voorlichtingscampagnes kunnen helpen, zoals de manier waarop van Zweden burgers informeerde over het belang van maatschappelijke veerkracht. Hoewel Europa misschien niet hetzelfde niveau van paraatheidsinitiatieven nodig heeft, moet het wel het bewustzijn vergoten dat veiligheid een prijs heeft.”

Yf Reykers is Assistant Professor in International Relations (tenured) aan de Faculty of Arts and Social Sciences van de Universiteit Maastricht. Zijn onderzoek situeert zich in het veld van Europees defensiebeleid en internationale organisaties in vrede en veiligheid. Yf focust momenteel vooral op vraagstukken omtrent de snelle responscapaciteit van internationale organisaties, en de Europese Unie in het bijzonder.
