Joris Melman is onderzoeker bij Studio Europa Maastricht.
Nationale verkiezingen gaan zelden over het buitenland, zo luidt het cliché. Al in 1950 schreef de beroemde politicoloog Gabriel Almond: ‘De houding van het grote publiek ten aanzien van het buitenlands beleid is wispelturig, onsamenhangend en irrelevant’. En in de decennia daarna is die wijsheid blijven gelden.
Verkiezingen draaien, normaal gesproken, om binnenlands beleid – om banen, zorg, belastingen. Buitenlands beleid is iets voor elites en diplomaten, niet voor de kiezer.
Crises
Zo bekeken zijn de aankomende Tweede Kamerverkiezingen uniek. Oekraïne, Gaza: internationale crises zijn zelden zo nadrukkelijk aanwezig geweest in de aanloop naar de stembusgang. Dat betekent niet dat andere thema’s opeens onbelangrijk zijn geworden; wonen, zorg en migratie blijven de primaire zorgen van veel kiezers. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee buitenlands beleid op de achtergrond bleef, is verdwenen.

Dat zie je ook terug in de partijprogramma’s, bijvoorbeeld over Oekraïne. De PVV, die in 2023 nog schreef dat steun aan Oekraïne een ‘ernstige verzwakking van onze eigen verdediging’ zou zijn, heeft nu steun aan Oekraïne in het programma opgenomen. En ook Gaza is een moeilijk te negeren thema, met burgers die zo massaal de straat op gaan.
De belangrijkste standpuntverschuiving is minder zichtbaar. Die zit in hoe er over de EU wordt gesproken.
Maar de belangrijkste standpuntverschuiving is minder zichtbaar. Die zit in hoe er over de EU wordt gesproken. Waar de EU voorheen vooral werd genoemd als kostenpost of bureaucratisch probleem, zijn bijna alle partijen nu richting Europese samenwerking opgeschoven.
Pro-Europees
Het CDA bijvoorbeeld positioneert zich opeens nadrukkelijk als pro-Europese partij. De partij steunt nu zelfs eurobonds, gezamenlijke Europese leningen waar zij eerder fel tegen was. „Ik zie niet hoe dat anders kan. Veel meer Europese samenwerking is keihard nodig”, stelde politiek leider Henri Bontenbal.
De VVD, jarenlang sceptisch over Europese defensiesamenwerking, pleit inmiddels voor intensievere samenwerking en een gezamenlijke Europese wapenmarkt. En zelfs de PVV heeft haar pleidooi voor een Nexit en het verlaten van de euro geschrapt. Want, ‘er is geen draagvlak voor’.
Deze verschuiving is niet vreemd. Veiligheid is uitgegroeid tot een kernthema, en in de huidige geopolitieke constellatie is het moeilijk voorstelbaar hoe Nederland zijn veiligheid kan organiseren zonder Europese samenwerking. Ook burgers lijken dat zo te zien: in recente enquêtes wordt veiligheid genoemd als het belangrijkste Europese thema.
Weggemoffeld
En toch gaat het amper over de EU in de campagnes. Net zoals in veel verkiezingsprogramma’s de passages die letterlijk over de EU gaan summier zijn, of weggemoffeld. Alsof partijen bang zijn het openlijk over de EU te hebben.
Dat stilzwijgen brengt risico’s met zich mee. Ten eerste wordt het publiek niet goed duidelijk gemaakt hoe partijen hun plannen willen uitvoeren. Want gezamenlijke defensie-investeringen of industriële samenwerking vergen politieke en financiële offers, bijvoorbeeld in de vorm van Europese solidariteit. Als de discussie hierover uitblijft, kunnen de kosten die hiermee gepaard gaan straks rauw op het bordje van de burger vallen.
Daarnaast zullen politici opnieuw positie moeten kiezen in Brussel. Nederland heeft de afgelopen jaren veel van zijn invloed verloren door vooral op de rem te staan. Een nieuw kabinet zal niet alleen meer samenwerking moeten accepteren, maar ook moeten omgaan met een verzwakte onderhandelingspositie. Dat vraagt helderheid over de koers die men wil varen: meedoen en vormgeven, of meebewegen en volgen.
Juist nu Europa belangrijker wordt, kan het niet langer aan de rand van het verkiezingsdebat blijven staan.
Het grootste risico is echter minder concreet, maar wezenlijker: dat Nederland stap voor stap verder richting Europa schuift zonder dat daar een politiek gesprek over heeft plaatsgevonden. Als de rekening later komt – of dat nu financieel, militair of institutioneel is – kan het sentiment onder burgers snel omslaan. Juist nu Europa belangrijker wordt, kan het niet langer aan de rand van het verkiezingsdebat blijven staan.
Deze bijdrage werd eerder gepubliceerd in dagblad De Limburger en is onderdeel van een reeks van Studio Europa Maastricht over de Europese dimensie van de Tweede Kamerverkiezingen.
Hieronder lees je de opiniestukken terug.
Opiniestuk 1: Industriebeleid bepaalt onze toekomst, niet de woningnood
Opiniestuk 2: Belgische lessen voor het Nederlandse woonbeleid
Opiniestuk 3: Oekraïne mag geen voetnoot zijn tijdens de Tweede Kamerverkiezingen
Opiniestuk 4: Nederland moet stikstofprobleem zelf oplossen, zonder steeds te wijzen naar Brussel
